![]() |
|
|
ABC de hond loopt mee, de kat blijft thuis, piep zei de muis in het voorhuis
|
Daar was een vrouw die koeken bakken wou maar het meel dat wou niet rijzen en de pan viel om en de koeken waren krom en haar man heette Jan Gijsen.
|
|
|
Naar bed, naar bed, zei Duimelot, Eerst nog wat eten zei Likkepot, Waar zullen we het halen , zei Lange Jaap In moeders kastje zei Korte Knaap, Dat zal ik zeggen, zei Pingelinge. Dat jullie snoepen van moeders dingen. |
Een, twee, drie , vier, vijf De bakker sloeg zijn wijf Al met een houten hamertje De darmen uit het lijf.
|
Tikke-takke-tonen. ’t Varkentje in de bonen, ’t paardje in de haver, ’t koetje in de klaver, ’t schaapje in het groene gras, ’t eendje in de waterplas, ’t visje in het netje, ’t kindje wipt in ’t bedje. |
|
Ju, ju paardje En jij moet naar de stal, De koetjes eten het hooi op En jij krijgt niemandal.
|
Daar zat een aapje op een stokje Achter moeders keukendeur Hij had een gaatje in zijn rokje En daar stak zijn staartje door. Daar waren zeven kikkertjes Al in een boerensloot Die sloot was bevroren De kikkers half dood Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, Van honger en verdriet.
|
Hansje sokken Trek hem aan zijn rokken Trek hem aan zijn staart Hansje is geen oortje waard.
|
| De moeder
van een duizendpoot is vreselijk ontevreden want haar zoontje is zojuist in de sloot gegleden als je even rekent weet je wat dat betekent.... op zijn hoofd een grote buil en duizend kleine sokjes vuil |
De
vriendschap van een hond is, een vriendschap voor het leven. Voor een ander onbekend, hoeveel een hond je kan geven. Want was je eens verdrietig, dan keek hij je zo aan. Alsof hij zeggen wilde: "Ik zal altijd naast je staan." En als je dan weer vrolijk werd, sloeg hij met haar staart. Hij blafte alsof hij tegen je zei: "Dat hebben we mooi geklaard!" |
|
|
Altijd is kortjakje ziek, Midden in de week maar zondag niet. Zondag gaat ze naar de kerk Met een boek met zilverwerk Altijd is kortjakje ziek Midden in de week maar zondag niet. |
Tussen Keulen en Parijs, Leid de weg naar Rome Al wie met ons mee wil gaan Die moet onze manieren wel verstaan Zo zijn onze manieren. |
Boer wat zeg je van mijn kippen Boer, wat zeg je van mijn haan ? Hebben ze dan geen mooie veren Of staat jou die kleur niet aan ! |